Kookboekpraatjes vullen gaatjes!




Vele Indisch-ontheemden in Nederland, nu ver in de 70, hun directe nazaten en de Indië-gangers, (de expats, van vóór en na de oorlog), zullen bij het lezen van het gedicht van hoofdstuk 28 februari, herkenning voelen. Want iedereen zal iets herkennen, of zij met de normale lijndienst van de Rotterdamsche Lloyd naar Nederland gingen, of met een repatriantenschip* als de Waterman. Alleen de toestanden aan boord lagen planeten apart. En, het belangrijkste verschil, de eersten gingen meestal terug naar hun geboortegrond, de laatsten verlieten die, vaak voorgoed. Een hartverscheurend verschil.

In de jaren gedurende en na de repatriëring verschenen er hoe langer hoe meer “Indische” restaurants (en andere bedrijven: wat dacht je van Koningsvogel of het meer lokale Oosterse Prins/Tjandi Mas?) in het Hollandse straatbeeld. Allemaal Indische mensen die probeerden op te krabbelen, na vaak vreselijke ervaringen in de Oost. Menigeen vond de ontvangst in Nederland harteloos en hun ongastvrije omgeving afschuwelijk en zijn snel weer naar elders vertrokken.
De reeds bestaande Chinees-Indische restaurants dreven mee op het tij van de sinds eind 19-de eeuw reeds inburgerde Chinese volksgroep in Nederland. Gedreven door uitbaters die probeerden een graantje mee te pikken van de uitbreidende populariteit van de Indische keuken, vooral toen na de oorlog, vanaf de 50-er jaren, het “buiten eten” in het algemeen opgang ging maken. Met de puur Indische restaurants die na 1945 geopend werden, vermeerderden zich pro rata ook de Chinees-Indische schafthuizen. Deze laatste zijn tegenwoordig bijna geheel verdwenen, omdat de Chinese restaurateurs zich nu werpen op de nieuwe markten: wokken, sushi en Thaise hap, want Europeanen weten het verschil tussen een Chinees, Japanner en een Thai toch niet. Maar dat is niet mijn punt. Mijn punt is wel dat in de loop van de jaren, door gebrek aan geschiedenisbesef en culinair inzicht, gekoppeld aan ons gebrek aan enig gevoel voor nationalisme, tenzij het om bintjes, pindakaas en stroopwafels gaat, er andere dingen begonnen te gebeuren. 
De Indische eeterijen doopten zichzelf steeds vaker om naar “Indonesisch”. Onwetendheid en onterechte politieke correctheid speelden een grote rol. Dat is jammer want op de keeper beschouwd blijft Indonesisch eten, in Nederland, Indisch eten, een keuken die zich door allerlei omstandigheden, sinds de komst van de VOC in Batavia apart heeft ontwikkeld door sterke Nederlandse invloeden; tot ver na de oorlog, door inzet van Indische Tantes, moeders en oma’s met heimwee, fantasie en improvisatievermogen.

Wordt vervolgd.

 

* Zie ook: wikipedia.Repatriëren

 



>> Onkel Ernie und Heringsalat (2)
Vertrek uit Indië <<
Plaats een reactie

Nog geen toevoegingen aanwezig.