Kookboekpraatjes vullen gaatjes!




moet een rolmops een opgerolde hond zijn


Ook een interpretatie!

Onze kantooruren waren officieel van 0900 tot 1700 met een uur pauze, waarvan de meeste collega's gebruik maakten om in een keuze van drie lokale restaurants te eten. Iedereen kreeg als onderdeel van het salaris per werkdag een aluminium munt met de firmanaam en een nummer om in te leveren voor een gerecht van de dag en een dessert. Dit eten was voldoende om niet 's avonds te hoeven koken (zo ik dat al kon op mijn kamer), maar niet van het soort mmm-wat-lekker. In feite was dit gaarkeukeneten: overkookte zuurkool, groenten en waterige aardappelen, geen kruiderijen of knoflook e.d. Die werden un-Deutsch geacht. Net als roze gebakken biefstuk, die in alle restaurants in Hamburg altijd taai grijsgebakken op tafel kwam, tegen alle instructies in. De gewoonte in die tijd was, dat personeel voor het betreden van het kantoor ergens verse harde broodjes kocht, een stuk worst, een klein pakje boter en wat kaas. En de dagelijkse Bild Zeitung, natuurlijk. Klokslag tien werden, op mijn eerste werkdag, tot mijn verbazing alle papieren opzij geschoven, de telefoons een kwartier lang niet opgenomen, uit de onderla een servet op het bureau uitgespreid met borden, messen en vorken en werd met een kop koffie of thee met rum en de opengeslagen Bild het meegebrachte Frühstück gegessen. Mijn opperste verbazing over deze gang van zaken was reden om mij uit te leggen dat alle werknemers van alle kantoren en bedrijven in Hamburg dat deden en niet de brutaliteit zouden hebben tussen 10.00 en 10.15 te bellen. Omdat ik niet meedeed, na soms een Mars, Nuts of een reep chocola gegeten te hebben in de U-Bahn naar kantoor, werkte ik de eerste dagen met een kop koffie naast mij gewoon door aan de mij opgelegde taken, verre blijvend van de telefoon. 
Na een ruim weekje stond opeens op een morgen Herr K naast mij toen iedereen druk met een broodje in de weer was. “Waarom eet je niets, Junger Bursche? Weet je moeder dat wel?”, zei hij vermanend. Hij legde een pakje brood voor mij neer: ”Ik moet straks met een klant gaan eten en ik eet dit niet op. De oorlog ligt mij nog te vers in het geheugen om eten weg te moeten gooien.” En zo kwam er bijna iedere morgen, als hij er was, een pakje brood met heerlijk beleg, via zijn secretaresse Waltraut. “Herr K. voelt zich niet zo goed. Herr K. houdt niet van bruin brood. Herr K. moet straks lunchen”, waren de redenen. Vaak kwam hij dan nog even langs om te vragen of ik het beleg lekker vond. Münster stinkkaas, Hausmacher van de huisslacht van familie buiten de stad, of, een favoriet, haringsalade. “Dat schmeckt? Nit, min Jung? Die salade heeft mijn vrouw zelfgemaakt”, zei hij dan trots. Mijn complimenten zou hij doorgeven.
Een jaar of twee later stond ik tijdens een ontvangst naar aanleiding van de eerste feestelijke aanloop van de haven van Hamburg  door een nieuw schip van de rederij, op de brug van de Leuve Lloyd. Ik was mede-gastheer om namens mijn werkgever klanten te ontvangen. Een aardige oudere Duitse dame vond het allemaal wat saai en kwam bij mij staan en we raakten in gesprek. Na enige beleefdheden te hebben uitgewisseld, zei zij: “U bent Hollander? Bent u van het schip of een klant van de rederij?” Nee, zei ik, ik werk voor het agentschap als leerling in de afdeling van Herr K. Met ogen van plotselinge herkenning keek zij mij aan. ”Oh, maar dan bent u die aardige jonge Hollander voor wie ik iedere morgen extra brood maak”.


Haringsalade als in Schleswig-Holstein*
(Iets aangepast omdat het in Nederland moeilijk/onmogelijk is om Bismarck** haring te verkrijgen):

Meng, naar smaak, vier in stukjes gesneden haringen, met een bekertje (±100 gr) kwark en een zelfde hoeveelheid room, een grote in kleine stukjes gesneden augurk, een in stukjes gesneden Granny Smith appel, een gehakt uitje, een gehakt bosje dille (of peterselie of bieslook), vers gemalen peper en eventueel wat zout. Het verschil met de meeste recepten van elders, is dat er geen ei, kappertjes, rode bietjes of aardappelen gebruikt worden. Eet op een zacht broodje voor de broodmaaltijd, of met gekookte aardappelen en een groene salade, als hoofdgerecht.

(Vrij naar Frau Leopoldine Amelung, Illustriertes Kochbuch, Dritte Auflage, Leipzig 1901)


*   Zie ook: infoplease.com

** Zie ook: bismarckhering



>> Onkel Ernie und Heringsalat (1)
Indisch eten <<
Plaats een reactie

Nog geen toevoegingen aanwezig.