Kookboekpraatjes vullen gaatjes!




(Een fabriek als de kolenmijn van Hector Malot's Sans Famille?)

Er moesten studiekeuzes worden gemaakt.
De zeevaartschool of de Koninklijke Marine leken mij het meest geschikt voor een carrière in de wereld van Stuyvesant. Vóór ik een echte keuze moest maken, had het lot het eerste én laatste woord. Dat was het woord van iemand, die iemand kende, die iets van een ander iemand gehoord had over iemand in zijn omgeving. Het kwam erop neer dat de zoon van de eigenaar van een grote Nederlandse vrachtwagenimporteur een technische stage liep in de Saviem/Renault-fabriek in St. Ouen, een droevig grauwe fabriekswijk van Noord-Parijs. Het gebrek aan Franse taal speelde de troonopvolger parten, gekoppeld aan een gebrek aan onderwijsfaciliteiten ter plaatse en heimwee naar het moederdorp. Was ik bereid zijn plaats in totaliteit over te nemen om gezichtsverlies tegenover Renault te vermijden? Zonder aarzelen zei ik ja, gesteund door de gedachte dat mijn (enige) hoge cijfer, voor Frans, op mijn eindrapport een pré zou zijn om een dergelijk vijfmaands avontuur tot een succesvol einde te brengen, vóór het moeten nemen van een definitieve beslissing. Een week later kreeg ik een lift naar Parijs van mijn vader, die toevallig een zakelijke afspraak had in Noord-Frankrijk. Toen ik mij op die eerste maandagmorgen bedeesd in mijn schoolfrans meldde bij het personeelsbureau van de fabriek ontdekte ik wat “totaliteit” betekende, niet ver van “totalitair” in dit geval: vijf werkdagen van 8 uur plus 3 uur verplicht overwerk en 5 uur plus 1,5 uur verplicht overwerk op zaterdag. Geen wonder dat er geen tijd was voor Franse lessen aan mijn voorganger, die zich al enkele weken had afgevraagd waarom werd gewaarschuwd voor slangen (Piétons) bij alle oversteekplaatsen in Parijs. Verder: een vrije lunch van 45 minuten in eigen tijd in de fabriekskantine, bestaande uit een voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht, 1/4 liter wijn, een flesje Perrier of Evian en een vrucht, alleen maandags t/m vrijdags. In het geval van de stagiairs kwam daar nog een gratis smoezelige kamer bij in een duister vertegenwoordigershotelletje, in een smalle straat op loopafstand van de fabriekspoort. Zo'n Frans etablissement met zelfdovende lichtknoppen, die altijd afslaan als je nog maar halverwege de trap op of af bent. Niet officieel een onderdeel van mijn arbeidsvoorwaarden was de oude Solex, die ik voor een fles Pernod cadeau kreeg van een sympathieke Algerijns-Franse portier.
De eerste paar dagen waren moordend. Niet het werk, want ik mocht nergens aankomen. (Dat kon ik als "Stagiaire Agent Technique Hollandais" geloof ik niet verwachten, al stond die titel wel op mijn loonstrookje). De lange uren die ik staande of slenterend langs de lopendeband moest doorbrengen, waren funest. Een halve dag kijken naar zich eindeloos herhalende processen, zoals het boren van gaten in motorblokken voor vrachtwagens, polijstwerk, het insteken van zuigers, zuigerveren, moertjes, boutjes en noem maar op, werd een soort observeren hoe gras groeit. Een echte killer was het flesje wijn bij de lunch. Niet aan wijn gewend, en zeker niet bij een zware middagmaaltijd, moest ik tot anderhalf uur na het eten tegen de slaap vechten. Een begrijpende voorman gaf mij uiteindelijk slijpwerk uit te voeren met een stuk plat metaal bij een elektrische slijpmachine, waar ik een een soort bootshaak moest fabriceren. Ik had geen flauw idee waar dat toe diende in die omgeving, tot ik na enkele dagen geduldig werk mijn werkstuk bij hem inleverde: de vrijetijdsvisser zou het aan het einde van een stok gaan gebruiken om karpers uit zijn favoriete visvijver te trekken.Tot de volgende zaterdag lag ik ieder avond, zonder avondeten om 1900 in bed, om de volgende morgen om kwart voor zes weer op te staan. Ik had dan zo diep geslapen dat ik blij was mijzelf die ochtenden levend in de spiegel van de enige étagebadkamer te herkennen.

Gevulde mosselen als in Fos sur Mer
Toen de haven van Marseille de groei van containerschepen niet meer kon bijbenen, werd met de bouw van een gloednieuwe haven voor superschepen begonnen, noordwest van de stad, een 45 km vanuit het centrum. Het onooglijke vissersdorp Fos, een paar kilometer verderop, gaf zijn naam aan het project, nabij een grote staalfabriek, waardoor het gebied al een hoop van de typische wilde natuur verloren had. Het dorp werd een rommelig centrum voor doorstromende baggeraars, beton- en grondwerkers, uit alle delen van Frankrijk, maar bleef armoedig. Ik werd op een dag tijdens een oriëntatiebezoek door de Chef-havenmeester van de nieuwbouw uitgenodigd om tussen de middag een hapje te eten. Met excuses, zei hij, want er was maar één cafeetje in het dorpje Fos, waar hij zich met een gast kon vertonen en de maaltijd redelijk te noemen was. Het nabijgelegen restaurant van het Ibis hotel was te slecht voor woorden, bovendien had ik daar slechte recente herinneringen aan. Toen ik een maand eerder in de buurt moest zijn was er bij mijn aankomst in het hotel om 11 uur 's avonds geen eten meer beschikbaar, zelfs geen bordje koud vlees, noch brood, noch een omelet. Rien, nada, noppes. Ik heb toen acht mousses au chocolat en een kwart appel flan, die op het dessertkarretje waren overgebleven, weggewerkt met een paar kopjes koffie en een calvados. Het geheel smaakte alsof het uit een supermarktpakje kwam. Het eten in een kroegje in Fos, met een tonronde Bretonse ex-commandant van het lijnschip France, nu havenmeester, kon geen straf zijn. Mijn verwachting kwam uit. Een zeer grove paté van wilde eend uit de nabijgelegen moerassen, gespikkeld met poivre vert en gloeiend hete met knoflookgehakt gevulde mosselen, kwamen als menu van de dag op tafel, klaargemaakt door Madame, de 82-jaar oude eigenaresse. Als nagerecht was er een individueel warm broodpuddinkje van croissant, room en saffraan. Goddelijk; ik kan ik mij dit tot op de dag van vandaag herinneren, evenals de koude Rosé (Vin) des Sables uit een kannetje, die er bij geschonken werd. Mon Commandant vertelde mij dat dit een eenvoudige versie was van een recept uit de visserijstad Sète. (Moules Sètoises)

Maak een gladde farce (worstvulling) van 300 gr kalfsgehakt, een fijngesnipperde, gefruite ui en een paar tenen geperste knoflook,  een rauw ei, peper, zout, en gehakte peterselie. Laat 2 kilo schoongemaakte mosselen, van de grootste maat beschikbaar, in wat water of witte wijn stomen tot alle geopend zijn. Gooi de ongeopende mosselen weg, evenals de halve schalen, die niet door een mossel bezet zijn. Dek iedere mossel af met wat gehakt, leg alles met het vlees naar boven op een bakblik, bestrijk iedere gevulde mossel met wat olijfolie en gril tot gaar. Eet als voorgerecht met stokbrood of als hoofdgerecht met friet.



>> Vreten!
Saviem: de testhal (2) <<
Plaats een reactie

Nog geen toevoegingen aanwezig.