Kookboekpraatjes vullen gaatjes!




Mijn nieuwe afdeling had tot taak ladingspartijen en scheepseigenaren tot elkander te brengen, op een dusdanige wijze dat scheepsruimte zo effectief mogelijk gebruikt kon worden, tegen prijzen die voor ladingseigenaren aanvaardbaar waren. Of vice-versa. Dit werd in de wandeling wilde vaart genoemd, en mannen als Onassis zijn er stinkend rijk mee geworden. Het kon gaan om bulkladingen, droog en nat, maar ook projecten of specialisatie, zoals autocarriers, drilschepen, schepen met eigen heavy lift tuigage e.d. De spil van deze activiteit lag traditioneel in londen, op de tradingfloor van de Baltic Exchange, met als oorspong de eerste koffiehuizen in die stad, in de 18de eeuw. Die Befrachtung, zoals de afdeling in de wandeling werd genoemd, bestond uit een manager en drie mannelijke collega's, een Engelse secretaresse van middentwintig en een leerling. Ik zei de gek! Zoals ik later vaker meegemaakt heb in gelijke situaties, verkeerde de gehele afdeling in de stellige, bijna pathologische veronderstelling dat men de hoofd-omzetbrengers van het bedrijf vertegenwoordigde en daarom meer rechten had dan andere, per definitie lagere, scheepvaartstervelingen of administratieklojo's: mooier kantoor, mooiere auto's, onevenredig hogere salarissen en het recht om te komen en te gaan wanneer men zin had. Dit werkte een zekere arrogantie in de hand, die, zoals ik later ook meemaakte, oorzaak werd dat diverse figuren op den duur zaakjes voor eigen rekening gingen doen, of persoonlijke commissies gingen opstrijken. 
In een zijkamer stonden vijf telexen te ratelen, ieder met een eigen maat en toon, en het typische staccato geluid van een grote ongedempte tikmachine. Als een toondoof orkest zonder dirigent. Daarbij deinde iedere machine in een eigen ritme irritant van links naar rechts. De vloer was bezaaid met ponsbanden waarin uitgaande berichten versleuteld waren en achter de ingespannen verse papierrollen hoopten de alsnog ongelezen inkomende berichten zich in harmonicavorm op tegen de achtermuur. Vooralsnog werd dit per direct mijn werkplek: telexist, bijgestaan door Julie, de drieturven grote Engelse secretaresse. 
De manager, Helmut, was een agressieve go-getter, die dagelijks urenlang zat te telefoneren, in een bijna vast ritme van daglichturen van oost naar west, de kantoortijden volgend van Europa en Zuid Afrika, V.S. Oostkust en Canada, dan de Westkust, Japan en Australië enzovoort. Samen met zijn collega Bernt zat hij tussendoor soms te relaxen met een grammofoon en  klassieke LP's, vooral Beethoven. De gesprekken duidden op een hoop muziekkennis van beiden. De derde collega, de wat jongere Engelken, hield van basketbal en een potje Skat, Duits klaverjassen, en dan zaten alle vier de heren met veel papiergeld op tafel, in leeglooptijd te kaarten. De laatste van de vier, Schröder, was een wat oudere, vriendelijke alcoholist, die tijdens zijn werk doorlopend ongestraft aan een whiskyfles lurkte. De secretresse, Julie, bleek een wees te zijn die verslaaft was aan seksuele relaties met oudere, getrouwde Duitse mannen én een vadercomplex had, maar dat alles gelukkig buiten het bedrijf hield. Ondanks deze ongezonde combinaties was zij vrolijk, erg ijverig en had altijd een kop hete sterke koffie en Britse koekjes gereed voor de kantoorgenoten. Ik dacht altijd dat ik als enige normaal was, maar misschien was er in de ogen van de collega's ook met mij iets niet in orde; ik heb het nooit gevraagd. Wel werd Rudi Carell, de naar Duitsland geëmigreerde Rotterdammer, die in zijn nieuwe Heimat als een komeet rees en populair werd als komiek, regelmatig geciteerd als men weer eens opmerkte dat ik een typische Hollander was: helemaal van kaas, want "alles in Holland ist Käse (onzin)". Niemand had tijd voor mij, na het eerste introductiegesprek. Dat praatje duurde 10 minuten. Ik moest kantoortijden volgen van alle andere medewerkers, tussen 0800 en diep in de nacht, wanneer nodig, ik kreeg geen overwerktoeslag meer, moest alle inkomende berichten uitdelen, nieuwe berichten verzenden, werd verwacht worst, broodjes en bier te halen wanneer er langer gewerkt werd. Verder, kreeg ik het advies, zou het goed zijn als ik de positie op de kaart zou leren van een 150-tal wereldhavens, met namen van bijbehorende landen en hoofdsteden, want dat zou zeker een vraag worden op het examen dat ik ooit zou moeten afleggen voor de Londense Baltic Exchange, als ik associate wilde worden. Spaans leren zou een goede move zijn en, oh ja, je moet alle chartercontracten samen met Julie nauwkeurig proeflezen. Soms wel 30 bladzijden jargon per stuk. Ik wist nu wat ik wilde. Ik zag mijzelf een top-bevrachter worden, lid van de Baltic Exchange, baan in Londen met veel reizen. De volgende dag bestelde ik per telefoon de vakboeken van J. Bes in Nederland en het leerboek Shipping Practice" van E.F. Stevens bij de Baltic in Londen. Een week daarna meldde ik mij voor de avondcursus aan bij de Hamburgse Handelsschule, sectie Zeevaart.
Mijn eureka-moment had plaatsgevonden. Mijn koers was geplot!
Wordt vervolgd

 

Knishes en chopped liver
Nadat collega en huisgenoot Robbie Smeets en ik zonder pardon op straat waren gegooid door een zeer forse Joodse huisbazin in Brooklyn, zochten wij ons heil in Queens. We werden gestraft voor het feit dat wij haar weggeborgen koosjer pannen hadden gebruikt voor ons verderfelijke en afvallige eten, waaronder varkenskoteletten en garnalenprut. Twee vrijgezellen en een aanrecht vol vieze afwas zijn nu eenmaal nooit een combinatie geweest om niet naar een oplossing te zoeken, zelfs in een met een gammelig hangslot afgesloten kast. In Queens raasde de Long Island Railroad dag en bijna de gehele nacht aan de overkant van de straat langs het appartementengebouw waar wij een flat deelden. De herrie deed ons de eerste week geloven dat we een ernstige fout hadden gemaakt: wij konden soms nauwelijks horen wat er gebeurde op de I love Lucy-show en dat terwijl Lucille Ball niet bepaald een zachte spreker was. De eerste nachten waren lang en slapeloos. Maar er waren voordelen. Vervoer naar Lower Manhattan bevond zich op korte loopafstand. De laundrychinees, van het typisch New Yorkse "no tickee, no washee"-soort had zijn zaakje om de hoek en we hadden iedere dag versgewassen en gestreken overhemden voor 50 cent per stuk. Drie minuten lopen verderop was een supermarkt, op de hoek daarnaast een knishes-karretje en een grote Joodse koosjer delicatessen, waar de meest goddelijke chopped liver sandwich te koop was: hun god en de mijne! Knishes, Jiddische gevulde deegslofjes, waren perfect voor een snelle avondsnack, de chopped liver voor een zondagse lunch. Voor mij geldt nog steeds de definitie van een vrijgezelle-leven zoals gedefinieerd door de gezette Barry, een collega, die zich opgeworpen had als onze gids voor overleven in New York: you live like a king, but you die like a dog. Na een week hoorden we de treinen niet meer en in het vervolg sliepen we alleen niet, wanneer er weer eens een paar dagen gestaakt werd: de stilte was oorverdovend.

Chopped liver
(Voor 12 tot 15 goed gevulde broodjes).

Dit is het originele recept. Pas hoeveelheden proportioneel aan indien je andere hoeveelheden wenst te maken. De eerste keer kun je het recept als test misschien beter halveren.Voor "lever", lees kalfs- of kippenlever, of een mengsel naar smaak. Kippenlever geeft het meest smeuïge resultaat. Kalfslever vóór bakken in hele kleine stukjes snijden om harde stukjes te voorkomen.
Let op: te lang gebakken lever wordt droog en hard.


1 kg lever, zonder vliesjes, zeentjes, adertjes etc. Kippenlevertjes van elkaar gesneden, andere lever in hele kleine blokjes
4 eetl ganzenvet of 5 eetl slaolie
2 tot 3 middelgrote uien, in stukken
6/7 hardgekookte, gepelde eieren, waarvan 4/5 in stukken gesneden en twee in plakjes (decoratie)
± 80 gr kaantjes, eventueel wat kleiner gesneden (optioneel). Eventueel aanhangend varkensvet wegsmelten vóór gebruik.
(Je kunt tegenwoordig in Nederland soms ook ganzevet met uien en kaantjes, ganzenschmalz/reuzel, kopen, zoals in Denemarken en Duitsland, als smeersel op roggebrood. Gebruik dit eventueel. kijk even naar het zoutgehalte! 

Peper, zout en gehakte peterselie (decoratie) naar smaak

In de helft van vet of olie, de helft van de lever aan twee zijden bakken tot net roze van binnen. Leeg de pan, lever en vet, in een kom. Verhit de pan wederom en doe het zelfde met de rest van het vet (of olie) en overgebleven lever. Leeg de pan weer in de kom, maar laat iets van het vet achter voor het vervolgens bakken van de uien. De ui mag niet bruinen. Voeg toe aan de kom. Doe de 4 in stukken gesneden eieren erbij. Voeg de kaantjes toe als je die hebt. Breng alles op smaak met ruim zout en peper. Doe het warme mengsel in twee of drie porties in de keukenmachine en maal ieder met korte stoten en tussendoor roeren tot een homogene, grove massa. Proef, voeg meer zout of peper toe indien nodig, laat afkoelen en eet dik op bruinbrood, broodje of toast, afgewerkt met plakjes ei en peterselie. Je kunt deze "paté" enkele dagen in de koelkast bewaren. Op kamertemperatuur gegeten is deze het lekkerst.



Verlangen <<
Plaats een reactie

Nog geen toevoegingen aanwezig.